|
Waar ? Thuis, op je binnenkoer of op het speelplein in de buurt.
Met welk materiaal ? Krijt, enkele plastic flessen gevuld met water en twee of drie houten planken.
Wat moet je kunnen ?
Koers houden
Teken twee rechte parallelle lijnen op 80 cm van elkaar (een strook van 80 cm) (lengte : minstens vijf meter). Fiets recht, binnen de strook. Als dat te makkelijk is, verminder de breedte van de strook (70 cm, 60 cm, 50 cm·).
Hoever kun je gaan ?
Probeer ook eens om trager te rijden, en te rijden met de rechterarm gestrekt, en dan de linker.
Koers houden en tegelijk over hindernissen fietsen of ze vermijden
Op de weg zul je vrij veel hindernissen tegenkomen : gaten in de weg, kasseien, rioolroosters, steenslag, blikjes, enz. Over deze hindernissen moet je kunnen fietsen, je moet ze kunnen vermijden of· stoppen ! In de strook van 80 cm, leg je twee of drie planken en enkele plastic flessen op je weg. Je rijdt over de planken en probeert de flessen te vermijden. Vervolgens leer je om te remmen en te stoppen achter de plank.
Koers houden en vervolgens rechts afslaan (of links)
Op de fiets is je arm je richtingaanwijzer. Als je naar rechts draait, dan strek je je rechterarm. Naar links je linkerarm. Alvorens af te slaan, vertraag je best. Op het eind van de strook die je op de grond hebt getekend, probeer je een paar keer naar rechts af te slaan en vervolgens naar links.
Naar links afslaan na eerst achterom gekeken te hebben
Als je naar links wil afslaan, dan snijd je misschien de pas af van autoâs die rechtdoor willen. Boem ! Dat is nogal gevaarlijk. Dus kun je maar beter even achterom kijken vooraleer je je arm uitsteekt. Het probleem is natuurlijk om achterom te kijken en tegelijkertijd rechtdoor te rijden. Je ouders of een vriend kunnen je helpen door een teken te geven wanneer je je moet omdraaien en door je een voorwerp, een cijfer, een tekening· te tonen.
Een « 8 » rijden tussen lijnen
Wanneer je links of rechts afslaat, moet je tussen de lijnen blijven. Teken een grote ã8ä op de grond (nodige oppervlakte : een rechthoek van 10 meter lang en 6 meter breed) en oefen.
Met zijn tweeën rijden
In de stad zie je soms fietsers met twee naast elkaar rijden. Dat mag volgens de wegcode, en je zult het ooit ook wel eens doen. Oefen dus nu al met een vriend, en verbreed je strook tot 1,20 m.
Hoe maak je een behendigheidsparcours ?
Deze oefeningen kun je combineren in een behendigheidsparcours. Daarvoor het je een vrije ruimte nodig van 15 meter op 15 en een vriend of een volwassene die je tijd opneemt. Teken de piste met krijt, en volg de afmetingen (in meter) goed die op de schets staan aangegeven. Voor de slalom gebruik je de kleine flessen met water. Als je de piste in minder dan 85 seconden kunt affietsen, met de strafseconden erbij, dan ben je klaar om op straat te fietsen.
Opgepast voor strafpunten ! 10 seconden erbij als je een voet op de grond zet, als je niet binnen de lijnen blijft, als je een poort van de slalom mist, als je niet achterom kijkt en het cijfer herhaalt dat men je getoond heeft, of als je je arm niet uitsteekt. Het is dus geen race !
Vond je de test leuk ? Je zou de turnleraar van je school kunnen voorstellen om het met de klas over te doen. Ben je geslaagd voor de test ? Je hebt een vaardigheidsbrevet om op straat te fietsen. Maar je durft nog niet goed alleen op straat rijden. Kunnen je ouders of je school je hierbij helpen ? Om te weten hoe, ga naar de volgende fiche.
De Bounga-Bounga's
|