De schaatsen zijn, naast een sport en een spel, ook een handig vervoersmiddel dat goed aangepast is aan de stad. Op een ecologische manier kan je je snel verplaatsen waar je maar wil, op voorwaarde dat de trottoirs niet in te slechte staat zijn en dat dit niet verboden is (zie de informatiefiche 28). Voor de langere trajecten kan je op elk moment overstappen op bus, tram of metro.
Sommigen zullen misschien liever grotere afstanden afleggen en een grotere krachtinspanning doen. Zij hebben groot gelijk. Het is heel goed voor de spieren en de aders, en het is ook minder belastend voor het lichaam dan lopen (minder schokken, o.a.).
Voor deze mensen volgt de nodige informatie om lange, aangename tochten te maken, alleen (we raden dit eerder af omdat niemand je kan helpen als je een ongeval hebt, ·) met familie of met vrienden.
De tocht
Deze discipline heeft het meeste succes. De tochten op rolschaatsen kunnen gaan van een afstand van 5 km voor de beginners tot 50 km voor de ervaren schaatsers. Dus je kan heel wat plekjes ontdekken· En omdat je vlug kan overstappen op het openbaar vervoer, moet je niet noodzakelijk tochten maken aan één stuk door, voor zover er een trein of een bus passeert natuurlijk.
Er bestaan zelfs grote massa-evenementen rond deze tochten, zoals de in-line marathons van Brussel, Amsterdam of Berlijn. Sommige van deze evenementen brengen tot 10 000 deelnemers bijeen. Andere niet competitieve organisaties bestaan ook, waarvan de meest bekende ongetwijfeld de Friday Night Fever van Parijs is. Iedere vrijdagavond spreken de riders van Parijs af op de Place dâItalie voor een nachtelijk tochtje in de straten van de Lichtstad. Soms zijn zij met meer dan 30 000!
Het materieel
Als je een tochtje wil maken, of het nu voor enkele kilometers is of voor een tiental kilometers, je moet altijd goed uitgerust zijn. Hier volgt een lijstje met dingen die je niet mag vergeten:
-
een rugzak: een lichte en comfortabele rugzak om al de rest gemakkelijk mee te nemen;
-
landkaarten: zodat je niet kan verdwalen;
-
een paar schoenen: zodat je gemakkelijk alle afstanden die je niet op rollers kunt doen, kan afleggen. Je moet dan ook niet je schaatsen aanhouden na de tocht tot je terug thuiskomt· Sommige merken van schaatsen hebben modellen met afneembare schoenen. Zo moet je geen paar schoenen meezeulen;
-
een horloge: altijd handig, als je trein of bus moet nemen;
-
iets om te drinken: het is belangrijk dat je altijd goed gehydrateerd blijft. Het is beter dat je dikwijls een beetje drinkt dan te wachten tot je dorst hebt;
-
een voedselvoorraad: één of twee maaltijden (naargelang de lengte en de duur van je tocht), maar ook snacks om uitputtingsverschijnselen en honger te voorkomen. Energie en chocoladerepen en gedroogde vruchten helpen heel goed;
-
gereedschap: je kan nooit weten als er zich een technisch probleem voordoet. Neem op zân minst iets mee om een defect wiel te demonteren (twee sleutels Allen) , alsook een as en een schroevendraaier. Als je geen reserve wieltjes mee hebt, kan je altijd met één wieltje minder verder, maar zorg ervoor dat het niet het eerste wieltje of het laatste is;
-
een EHBO-koffertje: neem iets mee om schaafwonden te desinfecteren en te verzorgen, eventueel ook een verband. Voor diegenen de een gsm hebben, kan het handig zijn om die mee te nemen zodat je de hulpdiensten kan verwittigen bij een ernstig ongeval;
-
reservekleding: kousen, t-shirt en een droge pull kunnen aangenaam zijn als je nat geworden bent tijdens je tocht. Zo kan je geen kouvatten;
-
een windscherm: zodat je geen kouvat;
-
voor de vergeetachtigen: je schaatsen en je beschermers!
Waar kan je tochten maken?
Het is niet altijd gemakkelijk om een plaats te vinden waar je kan rolschaatsen. Als je je rolschaatsen wil gebruiken als voornaamste vervoermiddel, dan moet je je tevreden stellen met de wegen die bestaan. En dat is niet altijd alles· Als je een plaats zoekt waar je aan één stuk door kan schaatsen, wordt de situatie nog erger. We merken dat weinig wordt gedaan voor het niet gemotoriseerd verkeer.
Er bestaan nochtans enkele wegen enkel gemaakt voor de schaatsers. Men noemt ze de ã de trage strokenä, in tegenstelling tot de snelle stroken van de wagens, de straten, de wegen en de autostrades. Deze trage stroken kan je onderverdelen in twee types: jaag- en railpaden.
-
De jaagpaden zijn de oude wegen die langs de kanalen en de rivieren lopen. Voordat de motor bestond, trokken mannen of paarden de boten voort vanaf de rand van het water. De wegen liepen langs de vaarbare wegen zodat ze hun werk konden doen
-
de railpaden zijn oude spoorwegen die niet meer in gebruik zijn en die ter beschikking van de wandelaars worden gesteld.
Als de nodige aanpassingen zijn gedaan, zijn ze de ideale locatie voor lange tochten. Een landelijke strook, met een goed wegdek en kleine hellende vlakken.
In België bestaat er een betonnen netwerk die alleen deze wegen gebruikt. Het is RAVeL (Réseau Autonome des Voies Lentes of een autonoom netwerk van trage stroken) Op Europees niveau groepeert de Europese Associatie van Groene Wegen de verenigingen van verschillende landen die een netwerk van het type RAVeL willen.
Als je hierover meer wil weten, contacteer dan de vereniging: ãChemin du Railä Railwegen:
Chemins du Rail a.s.b.l.
Gare de Namur, bus 27
5000 Namen
België
tel-fax : 00-32-(0)81-22.42.56
E-mail:
cdrail@skynet.be
Spijtig genoeg, zijn alle wegen, zelfs niet alle trage stroken, berijdbaar op rollen. En een weg kan op bepaalde momenten berijdbaar zijn maar niet op alle andere momenten. Een betonnen weg is een ideale piste wanneer het droog is in de zomer. Maar in de herfst wanneer het vochtig is en wanneer er overal dode bladeren liggen, wordt de ideale piste al gauw een echte valstrik. Tijdens een tochtje kan je verschillende ondergronden tegenkomen die min of meer berijdbaar zijn op rollers. Men kan ze in drie categorieën verdelen:
-
categorie 1: glad, comfortabel, in het algemeen van asfalt of in beton. Het wegdek kan soms een beetje trillen;
-
categorie 2: berijdbaar maar korrelig en met groeven of sterk trillend;
-
categorie 3: onberijdbaar (aarde, keien of wegdek in slechte staat). Deze stukken moeten te voet afgelegd worden of al stappend met de schaatsen.
Nog twee opmerkingen:
-
Het is niet omdat je vriend de fiets verkiest boven de rolschaatsen dat je geen tochtje met hem kan maken. Integendeel! Als hij akkoord is en als jullie voorzichtig zijn, kan hij je zelf voorttrekken op kleine hellingen. Er bestaan zelfs speciale handvaten die je aan de zadel moet vastmaken · Het is dan wel beter dat het een stevige kerel is !
-
Wind in de rug kan je tochtje heel wat gemakkelijker maken, en het kan van je tochtje een hel maken als je wind op kop hebt. Denk eraan vooraleer je vertrekt. Als je moe bent, kan je altijd de richting van je tochtje veranderen zodat je de wind in de rug hebt...
Na je tochtje
Een regelmatige onderhoudsbeurt is echt wel nodig als je je schaatsen lang wil houden in een optimale staat om te glijden.
Na elk tochtje :
-
maak de schaatsen proper en borstel het verbindstuk van de wieltjes met een soepele borstel of met een droge doek;
-
controleer regelmatig de slijtage van de wieltjes door ze vrij te laten draaien. Als je de slijtage ziet op de binnenkant van de wieltjes, verander ze dan van plaats. Maar onthoud goed de beginpositie van de wieltjes. De twee linkse voorwieltjes komen rechts achter en vice versa. Op deze manier kan je hun levensduur verlengen door de versleten binnenwieltjes aan de buitenkant te monteren. Als het nodig is, koop je gewoon nieuwe wieltjes;
-
controleer ook de slijtage van de kogellagers (binnen in de wielen) door ze ook vrij te laten draaien. Het geluid en de snelheid die ze maken, geven je een duidelijk idee van de staat van de kogellagers (opgepast! Een verbindstuk dat te hard is vastgeschroefd kan ook de oorzaak zijn van het slecht draaien van de wieltjes door de druk).
Speciale smeermiddelen zijn in de handel te verkrijgen. Als de kogellagers erg aangevreten zijn, is het misschien nodig de klip met een tang te openen, zo kan je de kogellagers en hun omhulsel beter schoonmaken;
-
controleer ook de slijtage van het remblok en vervang die op tijd;
-
zet je schaatsen ver weg van stof en vochtigheid, want deze twee hebben een zeer slechte invloed op je kogellagers !
Raad van een prof voor je allereerste tochtje
Tenslotte, geven we je nog de vijf raadgevingen van Christophe Dutrannois, auteur van het boek « Guide des Randonnées Roller en Belgique », voor je begint aan je allereerste tochtje met de rollers.
« Voor je eerste tocht :
-
Zorg ervoor dat je al je bescherming bij hebt (op zijn minst een helm, knie- en polsbeschermers);
-
kies een vlak terrein dat ver weg ligt van het verkeer (jaagpad, parking van grote supermarkten na de openingsuren, ·);
-
Buig overdreven veel naar voor, deze positie zorgt ervoor dat je niet naar achteren zal vallen. Als je je evenwicht verliest, zet je handen op je knieën en plooi je benen zodat je het zwaartepunt verlaagt;
-
Probeer je vrienden niet te imiteren die al jaren schaatst, maar begin langzaam;
-
Als dit niet lukt, neem dan enkele lessen of laat je vergezellen door iemand die al meer ervaring heeft. »
De Bounga-Bounga's
Bronen :
«Guide des Randonnées Roller en Belgique - 24 Balades Nature pour les Patineurs»
- Christophe Dutrannois, Gilbert Perrin - Lannoo - Guide Parcours - Tielt, 2000
(terug)
«Les Rollers, Mode d'Emploi»
- Sophie Godin - Femmes d'Aujourd'Hui.
(terug)
|