maar je wil nog enkele tips om je veiliger tussen de autoâs te kunnen begeven.
Dit is iets voor jou.
De eerste keren doe je het met pa of ma.
|
Eventueel kunnen jullie samen verschillende reiswegen uitproberen en de beste uitkiezen.
Pa of ma zal aantonen waar de gevaarlijke plekken zijn en waarop je moet letten.
|
Wanneer je alleen fietst·neem je je plaats in op de weg.
|
Als je teveel aan de rechterkant blijft, dan breng je jezelf in gevaar. Waarom ?
-
De autobestuurder doet alsof je niet bestaat : hij/zij rijdt je rakelings voorbij en gebruikt zelfs niet eens de richtingaanwijzers.
-
Je hebt geen uitwijkruimte meer bij hindernissen : deuren, rotzooi, gaten in het wegdek·.
Laat genoeg afstand (1 meter) tussen de rand van de weg of van de geparkeerde auto's.
|
|
Communiceer je met de andere weggebruikers (voetgangers, motorrijders, autobestuurders·)
|
Om te communiceren gebruik je je arm, je bel of een blik. Bijvoorbeeld, bij het naar links afslaan :
-
Kijk eerst achterom;
-
steek je arm uit om naar het midden van de weg te rijden;
-
Laat de autoâs voorbij die uit de andere richting komen;
-
Sla af.
|
Anticipeer je hindernissen (openslaande deuren, een hond of een bal op de weg·)
|
Je volgt een bus of een vrachtwagen. Opgelet, gevaar ! Fiets nooit naast een tientonner, en zeker niet aan de rechterkant !
|
|
Ken je je fiets en je eigen reflexen.
Om veilig te kunnen fietsen, moet je rekening houden met :
-
de staat van je fiets en je remmen;
-
je uithoudingsvermogen : als je moe bent, zijn je reflexen minder vlug;
-
zichtbaarheid : als het donker is, mistig is of regent dan zie je minder vlug de gevaren en ben je minder zichtbaar;
-
het wegdek en de toestand ervan : remmen op steenslag of op een natte weg kan gevaarlijk zijn.
De Bounga-Boungas
|