De ochtendnevel is nog maar net opgetrokken, op een paar slierten boven de vijver en tussen de bomen in het bos na. De zon heeft haar territorium opnieuw ingenomen en verspreidt een zachte gloed zoals ze dat alleen tijdens de nazomer doet.
Ç Bruno, voor de laatste keer, doe me alsjeblieft een plezier ... È
zeurt Berta.
Ç En ik zeg je voor de laatste keer dat ik mijn fietstocht niet inruil voor jouw wandeling. Ik heb nog veel te veel te doen vandaag. En daarbij, we hebben het nu zo afgesproken !
- Dat klopt È
dringt ook Jane aan,
Ç het is gewoon beter dat jij die wandeltocht maakt. Zoals zovelen, vind jij het niet leuk om zo'n eind te voet te gaan. Wat jij van deze tocht zult vinden, zal meer overeenstemmen met de ervaring van anderen dan wel met de onze.
- Okee, okee. Het is me wel duidelijk dat jullie je er gemakkelijk vanaf willen maken en het leukste voor jezelf houden. Van je vrienden moet je het hebben ... È
Met een knipoog naar Bruno overhandigt Jane de stafkaart aan haar vriendin. Ze weet dat Berta meestal nooit lang kwaad kan blijven.
Ç Je hebt ze normaal gezien niet nodig : le chemin est indiqué par les sigles blancs et rouges. de weg is aangeduid met witte en rode paaltjes. Maar in geval van nood, hoop ik dat je ermee overweg kunt ...
- Nou, sinds wanneer is
juffrouw Jane
bekommerd om mijn welzijn ? È
Jane en Bruno schieten in de lach.
Ç Stop maar met dat geklaag, liefste Berta. Spaar je energie eerder om tot bij de stenen brug te geraken.
- Wij wachten op je in het grasveld ernaast. Met de picknick. Dat zal je wel vleugels geven, zeker ?
- Lach me maar uit ! Maar wie laatst lacht, best lacht ! Stelletje luiwammesen dat jullie zijn. È
*
* *
|
Het water stroomt vredig onder de brug en vormt en vervormt speels het spiegelbeeld van Bruno en Jane.
Ç Ze had hier al drie kwartier geleden moeten toekomen ... È
oppert Bruno ongerust.
Ç Denk je dat ze verdwaald is ? Of dat ze klem zit in een braamstruik, zoals ik met mijn rolschaatsen ?
- Laat ons hopen dat haar niets overkomen is. È
Gelukkig hoeven ze niet lang ongerust te zijn. Want daar verschijnt Berta aan het einde van de weg. Ze is helemaal uitgeput. Nauwelijks aangekomen, laat ze zich op haar rug op de grond vallen, zonder zelfs haar rugzak uit te doen of haar vrienden te groeten.
Ç Oef, eindelijk ben je daar ! È
zegt Jane opgelucht.
Ç Mmmmm.
- Jeetje, ik heb haar nog nooit zo gezien È
fluistert Bruno Jane in het oor.
Ç Misschien had ik toch in haar plaats moeten gaan ...
- Daar ben ik nog niet zo zeker van ... Dat zullen we wel merken als ze wat uitgerust is. Zullen we nu eten ? È
De picknick gebeurt in alle stilte, wat bij de drie Bounga-Bounga's niet bepaald de gewoonte is. Berta knapt stilaan op van haar verplichte ochtendwandeling maar van haar legendarische goede humeur blijft er niets meer over. Jane en Bruno voelen zich schuldig en durven niets te zeggen uit angst het allemaal nog erger te maken. Wanneer ze merkt dat ook Berta van het lekkere dessert geniet, trekt Jane toch maar haar stoute schoenen aan.
Ç Eigenlijk kun je je heel goed amuseren tijdens zo'n wandeling.
- En je kunt dingen ontdekken die je anders niet ziet È
voegt Bruno er aan toe.
Ç Is dat zo ? Het enige wat ik aan deze wandeling overhou, zijn blaren op mijn voeten, rugpijn, pijn aan mijn schouders en het gevoel dat ik me als een slak moet slepen over een weg zonder einde.
- Ken je het spel van de drie schatten ? È
vraagt Jane.
Ç Nee, ik ken op dit moment alleen het spel van de tien martelingen !
- Leg het haar uit, Bruno ...
- Het is een heel simpel spel. Je kiest voor je begint te wandelen een voorwerp uit. Dat kan een boomtak zijn, een steen, een bloem ...
- Als dat tenminste geen beschermde bloemsoort is È
onderbreekt Jane.
Ç Of eender wat È
gaat Bruno verder.
Ç Je probeert onderweg de drie mooiste exemplaren van je gekozen voorwerp te zoeken. Op het einde van je wandeling heb je dan je drie schatten die je dan kan verdelen, tentoonstellen, bestuderen ...
- Ik zie niet in waarom ik me al die kilometers moet slepen, alleen maar om drie stenen te vinden. En laat me nu maar met rust. Ik wil slapen. Ik zal het nodig hebben met wat ik deze middag nog voor de boeg heb. È
*
* *
|
Een half uur later wordt Berta opeens weer wakker, met een brede glimlach op haar lippen. Ze staat meteen op, neemt haar spullen en vertrekt haast al lopend. Op de stenen brug keert ze zich om, zwaait met haar armen en roept :
Ç Tot vanavond, amigo's ! È
Jane en Bruno kijken elkaar stomverbaasd aan.
Ç Wel, alle drommels. Wat krijgt die nu ?
- Ik dacht haar nog voor te stellen om het tweede deel van de wandeling van haar over te nemen. Ik ben in ieder geval blij dat ze haar goede humeur teruggevonden heeft. È
zegt Bruno glimlachend.
Ç Goed, dan kunnen we nu beter opruimen en terugkeren. We zullen vanavond wel zien hoe het afloopt. È
Terwijl Bruno reeds op zijn fiets zit, roept Jane hem toe :
Ç Ik trek mijn rolschaatsen aan en we zijn weg. Wie het eerst bij mij thuis is, is gewonnen !
- Doe niet zo belachelijk. Je maakt geen kans tegen mij en mijn fiets.
- Dat is nog niet zo zeker ! En daarbij, ik hou wel van uitdagingen ... È
De twee Bounga-Bounga's brengen de namiddag elk apart door en rond vier uur zien ze elkaar terug. Ze installeren zich alvast in de hut (?) en terwijl ze op Berta wachten, kan Bruno het niet nalaten om op te scheppen over zijn overwinning op Jane, een paar uur eerder.
Ç Ik heb je toch gezegd dat je geen enkele kans maakte om te winnen.
-Hang de slimme niet uit, mijn beste Bruno ! Je bent dan wel als eerste aangekomen maar dan met een belachelijk kleine voorsprong op deze meid op rolschaatsen !
- Hela, ik heb toch moeten ...
- Joehoe, hier ben ik dan. ! È
Bruno krijgt niet te kans om Jane een antwoord te geven want midden in zijn zin wordt hij onderbroken door een triomfantelijke Berta.
Ç Ben je daar al ?
- Ja, hoor.
- Dan kan het niet anders of je hebt een kortere weg genomen. !
- Helemaal niet. Jullie hadden gelijk. Wandelen is plezant. En iets wat je graag doet, gaat zoveel sneller ... È
Jane en Bruno zijn stomverbaasd.
Ç Dat moet je ons nu toch eens uitleggen. È
zegt Jane.
Ç Deze morgen vertrok je met een lang gezicht, deze middag deed je niet anders dan klagen en zagen, dan opeens vertrek je in vierde versnelling en vanavond kom je hier vroeger dan voorzien toe en kom je ons vertellen dat je van wandelen houdt. Wat is er met jou gebeurd ? Betoverd door een of andere kabouter, of wat ?
- Natuurlijk niet. Het komt door jullie verhaal over de drie schatten. Ik geloofde er niet in maar toen ik deze middag sliep, kreeg ik een geniaal idee. Ik ben in zeven haasten vertrokken omdat ik gewoon niet kon wachten om het uit te proberen. Terwijl ik naar mijn drie schatten zocht, zag ik zoveel mooie dingen : half door dieren opgegeten fruit, insekten in alle kleuren, schattige beekjes en diep in het bos zag ik zelfs een hert. Was ik niet te voet geweest, dan had ik dit alles zeker niet gezien.
- Zie je wel, È
zegt een trotse Jane nadrukkelijk.
Ç Mogen we dan nu weten wat jouw schat eigenlijk is ? È
vraagt Bruno nieuwsgierig.
Berta maakt haar rugzak leeg op de vloer van de hut en honderden bessen, frambozen, blauwe bosbessen en bosaardbeien, rollen voor de voeten van de drie kinderen.
Ç Hier hebben jullie mijn schat : de drie lekkerste bosvruchten van het moment. Om de drie lekkerste confituren van het seizoen te maken ! È
|